Sinds 2 jaar is er een duidelijke kentering te zien in de manier waarop de HR en het ROC van Twente aankijken tegen technologie in het onderwijs. Het belang van technologie begint, mede door de covidbeperkingen van de afgelopen jaren, steeds duidelijker te worden. Tijdens Covid pandemie zijn er een aantal technologische ontwikkelingen ingezet die het onderwijs hebben verandert en naar het lijkt ook hebben verrijkt.

Zo wordt er volop gewerkt met platforms zoals Microsoft Teams, ……. …….. Daarnaast zijn er concepten ontstaan zoals Blended Learning, onderwijs op afstand en is er meer aandacht voor het tijd- en plaats onafhankelijk leren van onze studenten. Om dit allemaal vorm te kunnen geven binnen de kaders van onze curricula wordt er in toenemende mate gebruik gemaakt van educatieve technologieën (EdTech). Denk hierbij aan Flipgrid, Lesson-up, FeedBackFruits, Kahoot, Mentimeter en dit zijn nog maar een paar van de welhaast eindeloze EdTech toepassingen die, als op een natte herfstdag, als paddenstoelen uit de grond schieten.

Al deze EdTech toepassingen hebben volgens Marnix Broer (2021), CEO en Founder van het EdTech platform studeer snel, een aantal doelen;

Gepersonaliseerd leren,

Zelfgestuurd leren,

Immersive leren,

Inclusief onderwijs,

Curation based learning,

Mobiel leren,

Micro leren,

Video leren.

Inmiddels blijkt, uit onderzoek van Gallup en NewSchools Venture Fund (2021) onder ruim 3000 docenten en 2.500 leerlingen uit het lager- en middelbaar onderwijs in de UK, dat 65% van de docenten dagelijks EdTech toepassingen in het onderwijs gebruikt en dat van de leerlingen 89% een- of meerdere dagen van de week digitale hulpmiddelen gebruikt. Het is veilig om te zeggen dat de komende generatie studenten aan het MBO en HBO niet beter weten en niets anders verwachten dan dat een significant deel van hun opleiding wordt vormgegeven door gebruikt van EdTech en digitale hulpmiddelen.

Illustratief voor de snelheid waarmee technologie, en dus ook de technologie die onze studenten gaan gebruiken, ontwikkeld en waarom het zo belangrijk is dat we enige notie hebben hoe ermee te werken is de recente ontwikkelingen van omtrent chatGPT. OpenAI, opgericht in 2015 heeft chatGPT in slechts 4 jaar, versie 1.0 is in gebruik genomen in 2018, ontwikkeld tot waar het nu is, versie 3.5. Microsoft heeft onlangs aangekondigd de komende jaren 10 miljard dollar te investeren in openai (nos,2023) en de verwachting is dat de functionaliteiten van artificial intelligence binnen 1 á 2 jaar in allerlei onderdelen, word en excel, van het office pakket terug te vinden zijn.  

Om dus op technologisch gebied bij te blijven en aan te sluiten bij de huidige, maar vooral ook toekomstige (startend binnen nu en 5 jaar) studenten mbo en hbo is het essentieel dat digitale geletterdheid/vaardigheden een integraal onderdeel van de competentieset van de huidige docent is of, indien niet voldoende aanwezig, zeer snel gaat worden. Gorissen et al. (2022) onderstrepen dit belang in hun onderzoek naar gedragsindicatoren die horen bij de digitale geletterdheid van docenten. Zij beschrijven het als volgt: “Om de digitale geletterdheid van studenten te kunnen ontwikkelen en om toekomstgericht onderwijs met ICT te kunnen ontwerpen en uit te voeren, dienen de docenten op hun beurt ook digitaal geletterd te zijn” (Gorissen et al., 2022, p. 14).

Naast dit onderzoek wordt de ontwikkeling van digitale geletterdheid van docenten ook als essentieel gezien door een legio aan toonaangevende experts uit het onderwijs landschap. Nl; ” de experts adviseren om expliciet aandacht te besteden aan de digitale geletterdheid van docenten. Op termijn kan dit worden geïntegreerd in competenties die nodig zijn voor de andere hoofddimensies, maar het is nu geen vanzelfsprekendheid dat docenten zichzelf bekwamen in ICT en dit inzetten in hun onderwijs” (Uerz et al., 2021, p.27).

· Erik Barendsen, Hoogleraar Science Education Research, Radboud Universiteit Nijmegen

 · Jeroen Bottema, senior onderzoeker Teaching, Learning & Technology, Hogeschool Inholland

 · Bert Bredeweg, Lector Didactiek van de Bètavakken, Hogeschool van Amsterdam

 · Gerton Cazemier, senior onderzoeker Teaching, Learning & Technology, Hogeschool Inholland

 · Barend Last, Specialist Blended Learning, Universiteit Maastricht

· Jeroen van Merriënboer, Persoonlijk hoogleraar Onderwijsontwikkeling & Onderwijsresearch, Universiteit Maastricht

 · Fleur Prinsen, Lector Digitale Didactiek, Hogeschool van Rotterdam

 · Robert Schuwer, Lector Open Educational Resources, Fontys Hogeschool

 · Jan Vermunt, Professor of Learning and Educational Innovation, Eindhoven University of Technology, Eindhoven School of Education

 · Joke Voogt, emeritus hoogleraar Educational Sciences, Universiteit van Amsterdam

 · Brenda Vos, onderwijskundig adviseur, Versnellingsplan[CB(1] 

Digitale vaardigheden/geletterdheid[CB(2] .

Wat is dat nou precies, digitale geletterdheid? Digitale geletterdheid wordt in het onderzoek van Uerz et al, (2021) beschreven aan de hand van 3 pijlers. Nl;

ICT-bekwaamheid,

Veelal wordt gezegd dat dit bestaat uit: tekstverwerkingsvaardigheden, spreadsheetvaardigheden, databasevaardigheden, elektronische presentatievaardigheden, internetnavigatievaardigheden en grafische hulpmiddelenvaardigheden.

Wij vinden het niet zozeer belangrijk dat de docenten de ICT-vaardigheden bezitten als wel dat ze inzien welke er zijn en wanneer het belangrijk is om ze in het onderwijs te gebruiken. Dit om, op basis van de visie op onderwijs, een juiste beslissing te kunnen nemen over het al dan niet inzetten van deze ICT- toepassingen.

Informatie-, media- en datageletterdheid, 

Dit houdt onder meer in dat de docent informatie en digitale content kan vinden op het internet, deze informatie kan beoordelen op betrouwbaarheid, kan verwerken, kan analyseren en vergelijken, en kan beoordelen op betrouwbaarheid en geloofwaardigheid. Ook valt hieronder het kunnen inschatten welke educatieve technologie het best passend is om de over te brengen context te delen met de studenten.

Daarnaast komt er steeds meer studiedata beschikbaar. Docenten moeten de competenties hebben om actief, creatief, kritisch en bewust (grote) hoeveelheden studiedata te gebruiken en te begrijpen. Vervolgens moeten ze deze kunnen omzetten naar informatie die ze nodig hebben om een inschatting te maken van de leerstof die (extra) aandacht verdiend.

Computational thinking,      

Docenten moeten weten wat computational thinking is en waar ze het relevant toe kunnen passen. Dat houdt in dat ze (complexe) problemen kunnen vertalen naar stappen en processen die met ICT opgelost kunnen worden en de oplossing daarna weer gebruiken in de oorspronkelijke (educatieve) context. Hier komt heel duidelijkde Edtech en de inschatting van welke tool je wanneer inzet om de hoek kijken.


 [CB(1]Beter om dit als verborgen tekst of een soort van linkje in de tekst toe te voegen. Nu wordt het zo’n opsomming. Ik denk wel dat het belangrijk is om deze namen te tonen op een of andere manier, verzwaart de uitspraak die wij doen.

 [CB(2]Welke term gaan we gebruiken? Ik denk digitale geletterdheid….